Sanimonitor

Onderzoek naar microverontreinigingen

Doel: inzicht krijgen in hoe systemen in de praktijk microverontreinigingen verwijderen.

Randvoorwaarden: er wordt zo veel mogelijk aangesloten bij de monitoring zoals die ook op een gewone RWZI plaats vindt.

Binnen het innovatieprogramma ‘Microverontreinigingen uit rwzi-afvalwater’ van IenW/Stowa voor onderzoek/pilots naar nog niet bewezen vergaande zuiveringstechnieken voor de verwijdering van microverontreinigingen, en ook binnen de bijdrageregeling ‘Zuivering medicijnresten’ van IenW is er voor gekozen om het zo simpel mogelijk te houden en zo weinig mogelijk microverontreinigingen ‘verplicht’ te laten monitoren. Er zijn een aantal gidsstoffen geselecteerd voor chemische monitoring die een indicatie geven van de effectiviteit van de vergaande zuiveringstechnieken. Verder zijn er biologische effectmetingen geïntroduceerd die de vermindering van de ecotoxicologische risico’s van het rwzi-effluent voor het ontvangende oppervlaktewater door de vergaande zuivering in beeld moeten brengen.

In bijlage 2 van het rapport ‘Microverontreinigingen uit rwzi-afvalwater’ staat een en ander uitvoeriger beschreven. Het motto is ‘lerend implementeren’. Er is momenteel veel in beweging. En er zal in de loop van de tijd nog veel gewijzigd worden, wat betreft de keuze van gidsstoffen, toe te passen bioassays, bemonsterings- en analysemethode enzovoort.

Wanneer/frequentie: bij een decentraal systeem wordt aanbevolen om gedurende 1 jaar - verspreid over het jaar - driemaal te monitoren in zowel influent als effluent. Dit is korter en minder frequent dan de aanbevelingen voor een RWZI, maar voldoende om de prestaties van een decentraal systeem globaal te vergelijken met die van een RWZI.

Onderzoek bij zeer kleine systemen (1- 20 i.e.) wordt niet zinvol geacht, aangezien toevallige omstandigheden en tijdelijke fluctuaties een te grote invloed hebben op de resultaten.

Normaliter biedt een meetperiode van 1 jaar voldoende inzicht.

Type gegevens: De te verzamelen gegevens bestaan uit verschillende groepen procesparameters die vaak door gespecialiseerde laboratoria in een pakket worden aangeboden. Het betreft:

  • Zware metalen
  • Geneesmiddelen
  • Overige microverontreinigingen
  • Hormonen

Uit analyses van databases blijkt dat zware metalen nog regelmatig boven de norm worden aangetroffen in afvalwater. Bij de RWZI’s worden ze echter niet meer standaard bemonsterd. Wij hebben ervoor gekozen de zware metalen wel in de tabel te laten staan, zodat eenieder zelf kan beslissen of het monitoren van zware metalen wel of niet zinvol is.

Op termijn zou de aandacht ook kunnen uitgaan naar de verontreiniging van slib met micro’s.

De te monitoren gegevens zijn opgenomen in tabel 6.

Tabel 6: Te verzamelen gegevens Onderzoek microverontreinigingen

Tabel 6 Monitoring Onderzoek microverontreinigingen // tabel_6_monitoring_onderzoek_microverontreinigingen.jpg (94 K)

Monstername- en analyseprotocol:

Het monitoringsprotocol voor de gidsparameters op de RWZI is in ontwikkeling en zal dit ook de komende jaren blijven. Zie bijlage 2.

Voor decentrale zuiveringssystemen voldoet een eenvoudigere monstername:

Van het influent en effluent dient een zo representatief mogelijk monster te worden genomen.

De monsters worden bij voorkeur 24 uur debietproportioneel en op ijs gekoeld genomen. Als dat niet kan, voldoet een direct gekoeld steekmonster ook, mits dit direct voorbehandeld wordt of voor analyse wordt ingevroren.

Geneesmiddelanalyses worden aangeboden in pakketten, met een grote overlap tussen de pakketten. Bij de keuze van een pakket dient rekening te worden gehouden met de detectielimiet. Deze moet voldoende laag zijn om adequaat te kunnen meten (0,01 ug/l in oppervlaktewater; afvalwater wat hoger door storing van matrix).

Voor alle voorgestelde parameters zijn ISO-gecertificeerde methoden beschikbaar. Het analyseren op microverontreinigingen is specialistisch werk en dient in een gecertificeerd lab te gebeuren.

Terug