Sanimonitor

Monitoringsprotocol

Het monitoringsprotocol beoogt dat iedereen in de toekomst zoveel mogelijk dezelfde parameters op dezelfde wijze gaat monitoren. In het protocol wordt ook aangegeven hoe die monitoring moet plaatsvinden om betrouwbare data te verkrijgen.

Het monitoringsprotocol decentrale zuiveringssystemen geeft aan:

  • Welke parameters in welke situatie bij voorkeur gemonitord moeten worden
  • Met welke frequentie dit in verschillende omstandigheden bij voorkeur moet plaatsvinden
  • Op welke wijze de monstername en analyse dient te worden uitgevoerd

Status

Dit monitoringsprotocol doet aanbevelingen voor het monitoren van decentrale zuiveringssystemen voor huishoudelijke afvalwaterstromen, zowel wat betreft de te monitoren parameters en de frequentie als de wijze van monstername en transport. Waterschappen kunnen in het kader van de vergunningverlening altijd aanvullende of verdergaande eisen aan de monitoring stellen.

Dit monitoringsprotocol decentrale zuiveringen is een advies waar, afhankelijk van de lokale situatie, van kan worden afgeweken.

Gebruik

Het monitoringsprotocol kan als richtlijn worden gebruikt voor het monitoren van alle decentrale zuiveringssystemen. Als er geen bijzondere omstandigheden zijn die een intensievere monitoring vereisen, dan kunnen eigenaren, vergunningverleners of onderzoekers het monitoringsprotocol gebruiken als uitgangspunt. Uiteraard moet altijd worden nagegaan of er redenen zijn om meer parameters te monitoren, of dit met een andere frequentie te doen.

Het monitoringsprotocol richt zich op het monitoren van huishoudelijk afvalwater. Met name in het buitengebied komt het geregeld voor dat huishoudelijke afvalwaterstromen worden gecombineerd met andere afvalwaterstromen, zoals melkspoelwater, erfafspoelwater of gietwater uit kassen. In deze stromen kunnen echter stoffen voorkomen die normaliter geen rol spelen bij de verwerking van huishoudelijk afvalwater. Het monitoringsprotocol biedt geen richtlijnen voor het monitoren van deze gecombineerde afvalwaterstromen.

Monitoringsregimes

Het monitoringsprotocol kent verschillende monitoringsregimes:

  • Basismonitoring: wat je altijd van ieder project wilt weten.
  • Intensieve monitoring: voor het verkrijgen van extra informatie over systemen die zich in de praktijk nog niet volledig bewezen hebben. Hiermee kan de robuustheid worden aangetoond.
  • Monitoring ten behoeve van onderzoek naar de werking van het systeem: gedetailleerd onderzoek naar de werking van het zuiveringsproces.
  • Monitoring ten behoeve van onderzoek naar nieuwe thema’s: specifiek onderzoek naar de verwijdering van microverontreinigingen en pathogenen, en naar duurzaamheid.

Voor elk van deze regimes is een parameterset en monitoringsprotocol opgesteld.

Terug